Risico’s: wind en spanning

Een van de grootste risico’s van de brug is de zijwaartse spanning op de brug. Deze zijwaartse spanningen, veroorzaakt door de wind, zorgen ervoor dat de brug ‘bol’ gaat staan. Doordat de brug uitbuigt, wordt de brug aan een kant iets korter en aan de andere kant iets langer. Aan de kant waar de spanning optreed wordt de brug daardoor belast op druk, en aan de kant waar de brug iets langer wordt op trek. Omdat de kratten niet aan elkaar vastzitten, zullen de kratten aan de verlengende kant uit de brug vallen. De kratten kunnen immers geen trekkrachten aan elkaar overbrengen.

Om toch te kunnen zorgen dat de brug tijdens de recordpoging kan blijven staan, is spanning op de brug gezet. Deze extra spanning zorgt ervoor dat aan de kant waar de brug iets langer zou worden, de brug weer terug gebracht wordt naar de oorspronkelijke lengte. Hierdoor ontstaan in de boog geen trekkrachten. De spanning wordt opgebouwd door middel van een vijzelinstallatie, die een kracht, en daarmee spanning in de boog zet. Daarna wordt de toren afgebouwd en neemt de toren de taak van de vijzel over.

De grootte van kracht die nodig is om de trekkrachten in de brug tegen te gaan is berekend door middel van een aantal doorsnede-eigenschappen en een windspanning, verkregen uit nationale

normen. Uit deze berekening blijkt een kracht nodig te zijn van 111 kilonewton, wat neerkomt op het gewicht van iets meer dan twee olifanten!